Werkgroep Roofvogels Nederland

Gedragscode voor roofvogelringers en klimmers

  • Bedenk dat je als ringer en klimmer te gast bent bij een roofvogelnest. Ga met respect met het nest en haar bewoners om.
  • Bij alle ringactiviteiten staat de gezondheid van de vogels voorop.
  • Leg geen nestbezoeken af onder slechte weersomstandigheden (kou, extreme hitte, neerslag) Natgeregende jongen kunnen zich dood rillen.
  • Plan een nestbezoek niet te laat op de avond. De oudervogel moet na het ringen terug kunnen keren naar het nest om de jongen warm te houden gedurende de nacht.
  • Benader nesten altijd op een duidelijk hoorbare wijze (breek takken, klap in je handen); de oudervogel is zo tijdig gealarmeerd en kan het nest op een rustige wijze verlaten.
  • Klim niet meer als de jongen al te groot zijn en het risico van afspringen reëel wordt. In voedselarme tijden springen jongen eerder. Mannetjes springen vaak eerder dan vrouwtjes.
  • Breek tijdens het klimmen niet onnodig takken af. Doe je dat wel, dan wordt het nest mogelijk duidelijk zichtbaar voor predatoren en kunnen slechte weersomstandigheden meer invloed hebben op het broedsel.
  • Ring indien mogelijk de jongen op het nest. Dit geeft minder verstoring en stress.
  • Worden de jongen naar beneden gehaald voor het ringen, gebruik daarvoor dan een goed gezekerde tas en afsluitbare tas. Pas op dat de nagels niet in de taswand kunnen haken (nagels scheuren makkelijk af). Zorg dat de jongen niet uit de tas kunnen kukelen als deze op een tak blijft steken en omvalt.
  • Plaats alleen zoveel jongen tegelijkertijd in de tas als er naast elkaar op de bodem passen. Zet de jongen nooit op elkaar. Ze kunnen elkaar met hun klauwen ernstig beschadigen.
  • Let bij het uit de tas halen erop dat er niet aan een jong getrokken wordt terwijl het zich ergens aan vast klampt.
  • Pak de jongen bij voorkeur óf bij lijf én klauwen (dit is van boven af) óf bij de klauwen.
  • Bij het oppakken van een jong nooit eraan trekken terwijl het jong zich met zijn klauwen ergens aan heeft vastgegrepen. Altijd spanning verminderen en rustig de klauw losmaken (eerst de achternagel, dan de andere nagels). Trekken aan een jong terwijl het zich ergens aan vastklampt, kan het verlies van een nagel betekenen. Een jong is dan serieus gehandicapt!
  • Zorg ervoor dat de jongen na het ringen weer in dezelfde conditie naar boven gaan: net zo warm, droog en schoon. Zet de jongen altijd op een doek o.i.d. en plaats ze nooit direct op de grond.
  • Om stress tegen te gaan kan er eventueel een doek over de jongen gelegd worden.
  • Werk de biometrische handelingen en het ringen systematisch zo snel mogelijk af. Hoe eerder de jongen weer in het nest zijn des te beter.
  • Verricht celebrity porn geen overbodige handelingen (bijvoorbeeld uitgebreide fotosessies).
  • Begint een jong sterk te rillen of schokkend, zwaar of rochelend te ademen, plaats het dan onmiddellijk terug in het nest. De klimmer kan dan ook het liefst zichzelf tot onder het nest laten zakken zodat het jong tot rust kan komen.
  • Verlaat het broedgebied zo snel mogelijk, zodat de ouders naar het nest kunnen terugkeren.
  • Laat gay sex video zo min mogelijk sporen na van het bezoek in de omgeving van het nest bijvoorbeeld geen platgetrapt spoor in het riet dat naar het kiekendievennest leidt.